Een prik tegen hiv

Het hiv-virus muteert te snel om er een ouderwets vaccin voor te ontwikkelen. Tijdens de coronapandemie raakte de ontwikkeling van RNA-vaccins in een stroomversnelling. Kunnen deze vaccins wél beschermen tegen hiv?

Vaccins maken we tegen allerlei infectieziekten, van rodehond tot het coronavirus. Een succesvol vaccin tegen hiv is er echter nog niet. Het virus muteert namelijk veel sneller dan bijvoorbeeld het coronavirus doet. Als gevolg daarvan bestaan er enorm veel verschillende hiv-varianten. Een goedwerkend vaccin moet daarom speciale antistoffen opwekken die verschillende hiv-varianten kunnen herkennen. De vaccins die tot nu toe op mensen getest zijn, slaagden er niet in om genoeg hiv-besmettingen te voorkomen.

Tijdens de coronapandemie hebben wetenschappers extra vaart gezet achter de ontwikkeling van een vaccin dat gebruikmaakt van RNA. Het farmaceutische bedrijf Moderna ontwikkelt nu een RNA-vaccin tegen hiv dat als eerste op mensen wordt getest. En ook het Amsterdam UMC zoekt de oplossing in deze techniek.

Stroomversnelling

Het virus hiv valt cellen van het immuunsysteem aan en veroorzaakt de ziekte aids.

Een RNA-vaccin bevat geen stukje van een virus, zoals de meeste oudere types vaccins doen, maar bouwinstructies voor dat stukje. Met die instructies, het RNA, bouwen de cellen van een gevaccineerde zelf het stukje virus. Het immuunsysteem herkent dat stukje vervolgens als indringer en maakt antistoffen. Die passen als een puzzelstuk op het virus en voorkomen dat het de cel binnendringt.

Het is voor vaccinontwikkelaars relatief makkelijk om het RNA in zo’n vaccin aan te passen. Dat zorgt ervoor dat het maken van een RNA-vaccin over het algemeen minder lang duurt dan het maken van een klassiek vaccin, waarvoor verzwakt of dood virus nodig is, of een stuk van de buitenkant daarvan. Daardoor brengen RNA-vaccins de ontwikkeling van een vaccin in een stroomversnelling.

Toch is dit slechts een stap in de goede richting, vindt Rogier Sanders, viroloog aan het Amsterdam UMC. “Hét vaccin tegen hiv is er nog niet.” Dat heeft nog altijd te maken met de snelheid waarmee hiv muteert. “In het coronavirus zien we al redelijk wat evolutie optreden, maar dat is kinderspel in vergelijking met wat we zien bij hiv. Het moeilijke is om antistoffen op te wekken die al die verschillende hiv-stammen kunnen herkennen.”

Helaas is één prik niet genoeg om dat voor elkaar te krijgen. Er zijn meerdere rondes prikken nodig. “Het vaccin dat Moderna nu maakt is de eerste in een reeks, maar hoeveel vaccins het zouden moeten worden, weten we nog helemaal niet”, zegt Sanders. “Nu moeten we de volgende stappen gaan zetten. Met de oude methodes zou dat jaren gaan duren, maar hopelijk kunnen we het proces nu versnellen door kandidaatvaccins in RNA-vorm te testen.”

Evolutie van antistoffen

De prik tegen hiv van Moderna zal niet op zichzelf staan.

Wetenschappers zijn het erover eens dat een goed hiv-vaccin speciale antistoffen op moet kunnen wekken die meerdere varianten van het virus kunnen herkennen: breed neutraliserende antistoffen. Met klassieke vaccins is het lastig om genoeg van die speciale antistoffen op te wekken, omdat de cellen die ze aan kunnen maken, weggeconcurreerd worden door cellen die dat niet kunnen. “Wat Moderna nu probeert met het RNA-vaccin, is om heel gericht die cellen te activeren die het wel kunnen,” legt Sanders uit.

“Het doel van het opwekken van de breed neutraliserende antistoffen is dat je dat proactief doet”, zegt Sanders. “De persoon wekt dusdanig brede antistoffen op, dat hij beschermd is tegen welke variant hij ook tegenkomt. Je hoeft het vaccin dus niet te updaten.”

Uitgelicht door de redactie

Klimaatwetenschappen
‘De woongroep geeft me toch dat gezinsgevoel’

Biologie
Ga met NEMO Kennislink in gesprek over namaak-embryo’s

Economie
Compenseren van CO2 werkt niet zoals beloofd

Het idee voor een reeks vaccins komt uit de praktijk. Ongeveer twintig procent van de mensen die hiv oplopen, en niet behandeld worden, maakt breed neutraliserende antistoffen aan. Bij een aantal van die patiënten is de evolutie van hun antistoffen in kaart gebracht. Als de eerste virusvariant iemand infecteert, en die persoon maakt antistoffen tegen het virus, zijn er altijd een paar varianten die ontsnappen aan het immuunsysteem omdat ze er net iets anders uitzien. De cellen van het immuunsysteem die de antistoffen maken, reageren daarop door hun antistoffen aan te passen op die varianten. Vervolgens zijn er weer een aantal virusvarianten die eronderuit komen, en past het immuunsysteem de antistoffen weer aan. Dat herhaalt zich.

“Op een gegeven moment worden de antistoffen breed neutraliserend, omdat ze al die verschillende virusvarianten kunnen herkennen,” legt Sanders uit. Zo’n evolutie van antistoffen duurt maanden of zelfs jaren. Een reeks van verschillende vaccins zou breed neutraliserende antistoffen op kunnen leveren zonder dat iemand geïnfecteerd raakt.

Meer is niet beter

In het AMC werkt Sanders ook aan een RNA-vaccin tegen hiv in de vorm van een reeks. “In het lab werken we wel met vaccinatieschema’s met acht vaccinaties, met tien verschillende vaccins, maar dat kan natuurlijk in het echte leven nooit gebruikt worden. We zullen het moeten terugbrengen naar een behapbaarder aantal vaccins en vaccinaties.”

Ten eerste moet het aantal vaccins aansluiten bij wat patiënten toelaatbaar vinden: drie prikken is voor de meeste mensen al veel. Maar ook de logistieke haalbaarheid in andere landen speelt een belangrijke rol. “Drie vaccinaties is logistiek haalbaar in bijvoorbeeld het zuiden van Afrika. En daar is het vaccin het hardst nodig.”

Uit onderzoek in het zuiden van Afrika blijkt dat kinderen beter zijn in het aanmaken van antistoffen tegen hiv dan volwassenen.

Als de reeks er eenmaal is, zouden wat Sanders betreft mensen in zuidelijk Afrika als eerste gevaccineerd worden. Daar is het vaccin het hardst nodig: 15 procent van de bevolking is besmet met het virus. Alleen al in Zuid-Afrika zijn er 5,6 miljoen geregistreerde besmettingen. Sanders ziet er ook wel iets in om het hiv-vaccin uiteindelijk in Nederland op te nemen in het kindervaccinatieprogramma. Kinderen maken namelijk makkelijker antistoffen aan tegen hiv dan volwassenen. Door de prik te integreren in het kindervaccinatieprogramma, is uiteindelijk de hele volwassen bevolking gevaccineerd. “Maar voordat je nieuwe vaccins in het kindervaccinatieprogramma opneemt, moet het heel uitvoerig getest zijn, dus dat zal nog langer duren. De risicogroepen gaan dan eerst”, zegt hij.

Maar zo dichtbij zijn de vaccins tegen hiv nog helemaal niet. Het ontwikkelen van de reeks kan nog jaren duren. “Hoe lang is eigenlijk niet te zeggen. Het lijkt nu heel snel te gaan, maar wat Moderna doet bouwt voort op de afgelopen tien jaar”, benadrukt Sanders. “De huidige kennis van RNA-vaccins zal de volgende stap wel gaan versnellen.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink, en hoort bij het thema Ziekten voorkomen op Biotechnologie.nl.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden