Kweekvlees – van het lab naar het schap?

Nederland is al twintig jaar wereldleider op het gebied van kweekvlees. ’s Werelds eerste gekweekte hamburger groeide hier. Waar we voorloper waren in de ontwikkeling ervan, lijkt de introductie op de markt nu aan onze neus voorbij te gaan.

Vleeskwekers

Het verhaal van kweekvlees, hoe kweekvleespionier Willem van Eelen op het idee kwam, hoe zijn dochter Ira werd uitgenodigd door een bedrijf in Silicon Valley dat het in Nederland op de markt wilde brengen en hoe dat tot nu toe niet lukte door de novel food-wetgeving; het is allemaal te zien in VPRO’s Tegenlicht-uitzending Vleeskwekers, uitgezonden op 27 mei 2018 op NPO2. Kijk hier naar Vleeskwekers?

In een paar Nederlandse vriezers ligt op dit moment kweekvlees. De worstjes uit het lab van het Amerikaanse bedrijf Just zijn bedoeld om op te eten; ze moeten de consument bereiken via experimenten in restaurants. Ook NEMO Science Museum mocht onlangs een stuk kweekvlees toevoegen aan haar collectie. Gaat het dan echt gebeuren? Gaan consumenten nog dit jaar een dier- en milieuvriendelijk worstje eten? Dat was oorspronkelijk het plan, maar nieuwe regelgeving gooit onverwachts roet in het eten. Het kweekvlees ligt nu verzegeld door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in de vriezer.

Eerste hamburger

’s Werelds eerste kant-en-klare stuk kweekvlees groeide tussen 2010 en 2013 in een petrischaaltje in het lab van fysioloog Mark Post van de Universiteit Maastricht. De hamburger kreeg internationale media-aandacht nadat Post het stuk vlees meenam naar een nieuwsconferentie in Londen en het daar live door een kok liet bakken.

De sliertjes vlees – later samengevoegd tot één burger – vormden zich uit volwassen stamcellen uit het spierweefsel van een levende koe. Deze cellen maken nieuw spierweefsel aan door zich te differentiëren tot werkelijke spiercel. In het lab delen volwassen stamcellen zich ongeveer vijftig keer voor ze doodgaan. Dat is heel wat. Het betekent dat één cel in theorie een portie vlees van tienduizend kilo kan leveren, al zal het in de praktijk duizenden kilo’s zijn.

Met deze techniek borduurde Post voort op de ideeën van wijlen Willem van Eelen, de Nederlandse bedenker van vlees uit het lab. Van Eelen vroeg in 1997 patent aan op het kweken van vlees. Het octrooi werd verkocht aan Just, waar momenteel de eerste chorizo-worstjes uit het lab rollen. Just wil haar producten nog dit jaar in Nederland, het geboorteland van kweekvlees, op kleine schaal op de markt brengen.

Diervriendelijk vlees

Hoe kan je kipnuggets eten van precies díe kip die nu tevreden rondscharrelt in de tuin? Of een hamburger van exact dezelfde koe die nog grazend in de wei staat? Het antwoord is kweekvlees, dat in kweekbakjes groeit in plaats van aan een dier. Prik een koe in zijn bil om wat cellen te verzamelen en de technologie in het laboratorium doet de rest.

Groeien zonder koeien

Technologisch gezien is het mogelijk om kweekvlees in het schap te krijgen. Grote bioreactoren van 25.000 liter staan klaar voor productie op industriële schaal. Naar schatting is één zo’n kweekvat genoeg om tienduizend Europeanen een jaar lang van vlees te voorzien. Ook de prijs is drastisch gezakt. Aan de eerste hamburger hing een prijskaartje van maar liefst 250.000 euro. “Volgens berekeningen zal bij volledige opschaling van de productie, met de technologie die we nu hebben, de prijs per kilo kweekvlees neerkomen op zestig euro”, zegt Post. Hij richtte het spin-off bedrijf MosaMeat op om massaproductie van betaalbaar vlees uit de bioreactor mogelijk te maken.

Petrischaal
Producenten van kweekvlees willen af van het kalfsserum waarin de cellen worden opgekweekt.
Carlijn Bouten

Er zitten wel nog wat haken en ogen aan de productie van kweekvlees. Volledig diervrij is het proces nog niet altijd. Voor de eerste labburger moest tenminste één kalf gedood worden. Cellen in een kweekbakje vermenigvuldigen zich alleen als ze voeding krijgen. De vloeistof waar ze in liggen is mede afkomstig uit bloed van bijna voldragen, ongeboren kalfjes. In deze voedingsbodem, bekend als fetal calf serum (FCS), zitten eiwitten waar cellen goed op groeien. Post: “Kalfsserum is een ongelooflijk ingewikkelde stof waarin duizenden, zo niet tienduizenden, eiwitten zitten.”

Voor de celdeling is een zestal eiwitten nodig. “We noemen die eiwitten groeifactoren, omdat ze aanzetten tot groei, of eigenlijk vermenigvuldiging.” Zolang kalfsserum nodig is om kweekvlees te maken, sterven er nog steeds dieren voor vleesconsumptie. Dat is nu aan het veranderen. “Wij proberen kalfsserum na te bootsen, door genetisch gemodificeerde bacteriën de eiwitten te laten maken”, aldus Post. Allerlei synthetische serums zijn al commercieel beschikbaar. Het ene bedrijf maakt groeifactoren via fermentatie door microben, de ander overweegt extracten uit algen en schimmels. Just loopt een stap voor op andere initiatieven. Het bedrijf ontwikkelt diervrije, plantaardige bodems om hun cellen mee te voeden en kan daar inmiddels al worstjes mee produceren. Het zal onderzoekers overigens niet lukken om één universeel alternatief te maken voor kalfsserum, elk type vlees heeft weer andere groeifactoren nodig.

Gevolgen van de vleesindustrie

Jaarlijks slachten we volgens cijfers van de FAO (voedsel- en landbouworganisatie van de VN) wereldwijd 56 miljard dieren, vissen en andere zeedieren niet inbegrepen. De gevolgen daarvan worden steeds duidelijker. Vleesproductie gaat niet alleen gepaard met dierenleed, maar draagt ook sterk bij aan klimaatverandering. De veehouderij kost veel water en land en CO2-uitstoot. Daarnaast zijn de grote aantallen opeengepakte dieren een gevaar voor de voedselveiligheid en volksgezondheid, denk aan antibioticaresistentie en ziekte-uitbraken. Door groeiende economieën in voormalige ontwikkelingslanden zal vleesconsumptie de komende dertig jaar nog eens verdubbelen. Naar schatting is de productie van kweekvlees vijftig tot negentig procent minder milieubelastend dan de gewone vleesindustrie.

Oud product, nieuw proces

We hebben de technologie onder de knie en er zijn bedrijven die kweekvlees kunnen produceren tegen redelijke prijzen. De eerste Nederlandse restauranthouders die ermee willen experimenteren hebben zich ook al gemeld. Worstjes van eendenvlees bestemd voor consumptie, geleverd door Just, liggen klaar in hun vriezer. Toch gaat bakken en opeten waarschijnlijk niet snel gebeuren: regelgeving vanuit de overheid vormt op dit moment een groot obstakel.

Sinds 1 januari 2018 is de nieuwe Europese Novel Food-wetgeving van kracht. Daarin staat dat ‘nieuwe’ voedingsmiddelen voor ze de markt op mogen, door de Europese Voedselveiligheid Autoriteit (EFSA) getest moeten worden op veiligheid en kwaliteit. Alle producten en ingrediënten die vóór 15 mei 1997 nauwelijks gegeten zijn binnen de EU, tellen als novel foods. We aten natuurlijk voor die tijd al vlees, maar omdat er een nieuw proces te pas komt aan kweekvlees, moet dit product eerst goedkeuring krijgen. Alle lidstaten moeten instemmen met toelating van kweekvlees tot de Europese markt. Voorheen mocht elk land zelf beslissen.

Kweekvlees petitie %c2%a9nichon glerum 13
NEMO Science Museum heeft een gekweekt worstje in haar collectie.
Nichon Glerum voor NEMO Kennislink

Het aanvragen en laten beoordelen van een novel food kost nu al snel twee jaar. Tijd die we niet hebben, vindt Ira van Eelen, dochter van kweekvleesuitvinder Willem Van Eelen. Zij is tevens adviseur van Just en ziet gekweekt vlees het liefst dit jaar nog op de markt verschijnen. “Het product is in 1993 al beschreven als duurzame optie voor de problemen die de vleesindustrie met zich meebrengt (zie kader ‘Gevolgen van de vleesindustrie’, red.) In 2000 gaf de Nederlandse overheid twee miljoen euro subsidie om het vlees op grote schaal te ontwikkelen.”

6798383784 6364f75c8e o
Het bedrijf Finless Foods is bezig om vis uit het lab, zoals tonijn, op de markt te brengen.

De boot missen

Toen kwam in 2015 de Novel Food-wet, die begin 2018 toegepast werd. Van Eelen: “Vragen beantwoorden over veiligheid is altijd goed, maar het werpt ook een horde op. De regering let niet op. Er verschijnen nieuwe wetten zonder voorzieningen om met nieuwe producten te experimenteren.” Ze snapt er helemaal niks van. “Zoveel belastinggeld investeren in innovatief onderzoek en dan niet de vruchten ervan plukken?”

Van Eelen had regelmatig contact met de ministeries van Volksgezondheid (VWS), Landbouw (LNV) en Economische Zaken. Het leek het de goede kant op te gaan: de overheid wilde zich blijven inzetten op kweekvlees als alternatieve bron van dierlijk eiwit. Begin dit jaar was het ineens stil. Het kabinet wil zich aan de Novel Food-wet houden. De geplande experimenten komen er niet.

Ondertussen staan verschillende Amerikaanse en Japanse start-ups te trappelen om consumenten kennis te laten maken met kweekvlees. Ze maken gehaktballen, kipnuggets en ook vis uit het lab komt eraan. Van Eelen: “We moeten er nu mee aan de slag gaan, anders missen we de boot.” Van Eelen is bang dat, omdat de kennismaking met kweekvlees niet doorgaat, die afwachtende houding er toe leidt dat andere landen straks verder zijn dan wij. “Wij waren de eerste met patenten en kennis. Terwijl wij ons nu blind staren op de Europese wet, worden we aan alle kanten ingehaald.”

Geen toekomst voor varkens

Filosoof Koert van Mensvoort van het Next Nature Network – een futuristisch platform over samensmeltende natuur en technologie dat in 2014 ‘Het Kweekvlees Kookboek’ uitbracht – wil ook niet langer wachten. Hij bereidt een petitie voor om kweekvlees in Nederland versneld in te voeren.

“Sinds 2011 voeren wij discussie over kweekvlees om mensen tot nadenken aan te zetten”, zegt Van Mensvoort, die Willem van Eelen nog gekend heeft. “We zijn al zo lang bezig met het verkennen van deze optie. De technische en maatschappelijke hordes zijn grotendeels verdwenen; het is tijd om het product te testen.” Om kweekvlees in het schap van de supermarkt te krijgen, ontkom je niet aan goedkeuring door de EFSA. “Het is niet onze bedoeling om elke supermarkt zo snel mogelijk van kweekvlees te voorzien. Lokaal testen in een paar restaurants, daar gaat het nu om. En dat mag onverwachts niet meer.” Ook hij vindt het vreemd dat de overheid investeert in een innovatie en dat diezelfde overheid kweekvlees nu tegenhoudt. Of in ieder geval haar actieve rol heeft laten varen. Vandaar de petitie.

Nederland is een voedselproducerend land, van oorsprong goed in varkens en kassen, volgens Van Eelen. “Maar dat houdt binnenkort op. De traditionele vleesindustrie heeft geen toekomst. Voor boeren gaat er niks verloren, want zij kunnen ook kweekvlees maken. Een kwestie van de ene silo vervangen door de andere.” Uiteindelijk gaan burgers, worstjes en kipfilets uit het lab er komen, maar het gebeurt met minder haast dan een paar jaar terug. Tot goedkeuring van de EFSA, blijft het vlees in de Nederlandse vriezers liggen.

Zou jij kweekvlees willen eten?
130808 kweekvlees
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, en hoort bij biotechnologie.nl thema Voedsel produceren, sommige rechten voorbehouden