Nobelprijs voor immuuntherapie tegen kanker

De Nobelprijs voor Geneeskunde gaat dit jaar naar James P. Allison en Tasuku Honjo. Zij ontdekten hoe de remfunctie van het afweersysteem in elkaar steekt en slaagden erin om de rem van afweercellen af te halen. Die ontdekking legde de basis voor immuuntherapie tegen kanker.

Het is niet voor het eerst dat een behandeling tegen kanker de Nobelprijs krijgt. In 1988 ging de prijs bijvoorbeeld naar Gertrude Elion en George Hitchings voor de ontwikkeling van medicijnen voor chemotherapie. Toch is dit onderwerp volgens het Nobelcomité onverminderd actueel. ‘Wereldwijd sterven er jaarlijks nog steeds miljoenen mensen aan kanker, dus nieuwe behandelingen blijven hard nodig’.

Nobelwinnaars2018 geneeskunde
De Nobelprijs voor Fysiologie en Geneeskunde 2018 gaat naar James P. Allison (links) en Tasuku Honjo (rechts) voor hun bijdragen aan immuuntherapie in de bestrijding van kanker.
Niklas Elmehed, Nobel Media 2018

Rem op T-cellen

Immuuntherapie is een bijzondere behandeling. Waar andere behandelingen (zoals operaties, bestraling of chemotherapie) de kankercellen zelf aanpakken, richt immuuntherapie zich op het afweersysteem. Daarbij worden de afweercellen zo getraind dat ze kankercellen herkennen en vernietigen. T-cellen spelen daarbij een belangrijke rol. Dit zijn specifieke afweercellen, die ziekteverwekkers of andere lichaamsvreemde cellen direct aanvallen.

James Allison deed in de jaren negentig onderzoek naar het T-cel eiwit CTLA-4. Hij ontdekte dat dit eiwit remmend werkt op T-cellen. Er was al een stof beschikbaar die kon binden aan CTLA-4 om zo de functie van dit eiwit te remmen. Allison besloot deze antistof te gebruiken bij de behandeling van muizen met kanker. Was de CTLA-4 antistof in staat om de rem van T-cellen af te halen en zo het afweersysteem kankercellen te laten vernietigen?

In 1996 publiceerde Allison zijn eerste baanbrekende resultaten in vakblad Science. Muizen in de controlegroepen van zijn experimenten ontwikkelden grote tumoren. Bij muizen die de antistof kregen toegediend, verdwenen de kankercellen als sneeuw voor de zon. Ondanks dit succes, durfden veel farmaceutische bedrijven hun vingers niet te branden aan deze nieuwe behandeling tegen kanker. Klinisch onderzoek liet dan ook even op zich wachten.

Checkpoint remmers

Min of meer tegelijkertijd werkte Tasuku Honjo aan een ander T-cel eiwit, namelijk PD-1. Ook PD-1 bleek een belangrijke rol te spelen bij het remmen van T-cellen. Honjo testte een antistof tegen PD-1 bij muizen met huidkanker en uitzaaiingen in de lever. Bij behandelde muizen vond hij na verloop van tijd geen uitzaaiingen meer terug. Bovendien leek anti-PD-1 minder bijwerkingen te geven dan anti-CLTA-4.

Beide antistoffen vonden uiteindelijk hun weg naar patiënten. Ze kwamen zo’n vijf tot tien jaar geleden op de markt onder de gemeenschappelijke naam ‘checkpoint remmers’ en zijn inmiddels onderdeel van de standaardbehandeling bij uitgezaaide vormen van huidkanker (melanoom), longkanker en niercelkanker.

Dit filmpje van het Nederlands Kanker Instituut legt uit hoe checkpoint remmers werken.

Combinatietherapie

Dat betekent niet dat het werk nu klaar is. Er rijzen nog veel vragen rondom immuuntherapie en de werking van checkpoint remmers. Via welk mechanisme werken de remmers precies, hoe kunnen bijwerkingen verminderd worden en waarom hebben niet alle patiënten baat bij immuuntherapie? Toekomstig onderzoek zal het uitwijzen.

Allison en Honjo deden hun ontdekkingen onafhankelijk van elkaar, maar een klinisch onderzoek dat vorig jaar werd uitgevoerd bracht hun kennis samen. Met een combinatietherapie bleef 68 procent van een groep patiënten met melanoom langer dan drie jaar in leven. Met alleen anti-CTLA-4 of alleen anti-PD-1 lag dat percentage aanzienlijk lager. Alle remmen los lijkt dus de beste strategie tegen kanker.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink, en hoort bij het thema Ziekten genezen op Biotechnologie.nl.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden