Panty’s van de huttentut

Tijdens de feestdagen hijst een groot deel van Nederland zich weer in een panty en feestjurk. Maar dit kledingstuk wordt niet milieuvriendelijk gemaakt. Misschien vieren we daarom de jaarwisseling van 2030 wel in panty’s gemaakt van het plantje genaamd huttentut.

Voor de productie van nylon, het stofje waar panty’s, klimtouw en tiewraps van worden gemaakt, importeert Nederland palm- en kokosolie uit tropische gebieden. Die oliën hebben grote nadelige gevolgen voor het regenwoud en de biodiversiteit. Daarom komen Wageningse wetenschappers met een duurzaam alternatief: olie uit de huttentut, een plant die in Nederland groeit.

Wegversperring in zaadbolletjes

Het is een doodgewoon plantje dat met zijn bloem bestaande uit vier kleine, gele blaadjes niet opvalt tussen het onkruid in de berm. Toch is de huttenhut, ook wel dederzaad genoemd, een waardevol gewas voor Wageningse biologen en de industrie. Het is de onderzoekers niet te doen om de kleine bloemen, maar om de bolvormige zaden die eruit ontstaan. Die zitten bomvol met olie die de potentie heeft om palm- en kokosolie te vervangen.

De huttentut maakt olie in zijn kleine, ronde zaadbolletjes. Via chemische processen kan de industrie daar panty’s van maken.

De zaadbolletjes bevatten een mengsel van verschillende oliën. Dat is onhandig, volgens plantbioloog Robert van Loo. “Het scheiden van die oliën kost veel tijd en geld, waardoor huttentutolie momenteel niet rendabel is”. Bovendien is slechts vijftien procent van alle olie in de zaadbolletjes geschikt voor chemische processen zoals de productie van nylon. Bijna de helft van de zaadbolletjes bestaat ook nog eens uit de eetbare olie omega-6-vetzuren.

Daar bracht het team van Van Loo verandering in. “We weten via welke processen de huttentut de oliën maakt”, vertelt Van Loo. “En zulke processen kun je op moleculaire schaal aanpassen”. Het hele chemische proces is een soort wegennetwerk. De plant zet een grondstof om naar de chemisch bruikbare olie via weg A, of kiest route B die leidt naar de eetbare olie. Normaal bewandelt de plant beide routes en produceert dus beide oliën. De Wageningse wetenschappers barricadeerden weg B, waarmee ze de plant dwongen om route A te nemen naar chemisch bruikbare olie.

Zo’n wegversperring in de plant maakten de biologen met het zoegeheten genetisch gereedschap CRISPR-cas. Met dit moleculaire schaartje knipten ze een gen van de huttentut door dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van de eetbare olie. Op die manier verhoogden de wetenschappers het percentage chemisch bruikbare olie van vijftien naar vierentwintig procent.

Korte groeiperiode

Uitgelicht door de redactie

‘Zoom fatigue’: bekaf na je online meeting

Geesteswetenschappen
Oproep: Hoe waardevol is jouw online vriendschap?

Zes vragen over vaccinatie van kinderen

Waarom richten de onderzoekers zich juist op dit plantje? Dat komt omdat de huttentut de enige plant is die deze specifieke olie maakt. Bovendien is het relatief makkelijk te telen. Binnen drie maanden groeit een zaadje uit tot volwassen plant waarvan de olie geoogst kan worden. “Die korte groeiperiode heeft een hoop voordelen” vertelt Van Loo. Het heeft in zo’n korte tijd bijvoorbeeld weinig water nodig en omdat de plantjes dicht op elkaar kunnen groeien en snel ontkiemen, groeit er weinig onkruid tussendoor. Daardoor is er wellicht minder onkruidbestrijding nodig.

Vanwege deze voordelen groeit de huttentut op plekken waar andere gewassen niet overleven, zoals op zilte of droge gronden. “Maar ook in mediterrane landen, zoals Griekenland”, zegt Van Loo. “Vanwege het klimaat hebben zulke landen een kort groeiseizoen. Daar past de huttentut met zijn korte groeiduur goed in”.

Hoewel de huttentut ook prima gedijt in ons eigen land, twijfelt Van Loo of we deze plant voor 2030 op de Nederlandse akkers zullen zien. Niet alleen omdat genetisch aangepaste planten in Europa niet in de natuur – of op akkers – mogen groeien, maar ook omdat andere gewassen dan plaats moeten maken voor de huttentut. “De boer verruilt dan zijn minst winstgevend gewas voor de huttentut, maar ik verwacht niet dat het hem dan financieel meer oplevert”, zegt Van Loo.

Meer opbrengst nodig

Op dit moment levert het plantje in de juiste omstandigheden zo’n duizend kilo olie per hectare. Een palm levert vier keer zoveel. Van Loo: “Pas als we de opbrengst verder kunnen vergroten of wanneer meer grond in Nederland door klimaatverandering onbruikbaar wordt voor andere gewassen, zal de teelt van huttentut economisch haalbaar zijn in Nederland”.

Die opbrengst verhogen is nu de volgende stap. Daarbij zal de aandacht nog deels liggen op de eetbare olie. “We hebben de hoeveelheid eetbare olie die de plant maakt verminderd, maar de huttentut maakt er toch nog steeds een beetje van”, zegt Van Loo. “Dat komt doordat we het gen dat belangrijk is voor de productie ervan hebben doorgeknipt, maar niet verwijderd.” Je kunt dit vergelijken met een wegblokkade waar een paar kleine auto’s zich langs wringen. Pas als de onderzoekers het gen in zijn geheel uitschakelen, maakt de plant helemaal geen eetbare olie meer.

Ook proberen de onderzoekers de overige oliën in het zaadbolletje te verminderen. Bijvoorbeeld door genen uit te schakelen of juist harder aan te zetten. Daarmee passen wetenschappers de productieroutes van de plant verder aan totdat de huttentut straks alleen nog maar chemisch bruikbare olie maakt. We moeten dus nog even wachten op panty’s van Nederlandse bodem, maar ze zijn onderweg.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink, en hoort bij het thema Duurzaamheid vergroten op Biotechnologie.nl.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden