Therapie bij lymfklierkanker

Lymfklierkanker is over het algemeen goed te behandelen met een combinatie van chemotherapie en immuuntherapie. Vooral op het gebied van immuuntherapie is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt.

Lymfklierkanker (non-Hodgkin lymfoom) is een vorm van kanker die ontstaat uit de ongecontroleerde groei van lymfocyten: de B- en T-cellen. B-cellen maken antistoffen (immuunglobulines) die kunnen binden aan bacteriën en virussen waardoor deze worden gemarkeerd en herkend door andere cellen van het afweersysteem. T-cellen maken toxische stoffen en kunnen daardoor direct geïnfecteerde of anderszins afwijkende cellen doden.

Lymfomen kunnen ontstaan door veranderingen in het DNA van zowel B- als T-cellen, maar in 85 procent van de gevallen gaat het om B-cel-lymfomen. Deze zijn over het algemeen goed te behandelen met een combinatie van chemotherapie en immuuntherapie, waarmee ongeveer 60 procent van de patiënten geneest. Als de ziekte terugkomt, is deze echter moeilijk te behandelen.

Ook afweercellen kunnen in kankercellen veranderen.

Er is grote vooruitgang geboekt op het gebied van immuuntherapie bij lymfomen. Standaard worden deze patiënten alweer vele jaren behandeld met specifieke antistoffen gericht tegen eiwitten op de B-lymfoomcellen, wat heeft geleid tot een betere overleving.

T-cellen herprogrammeren

Sinds een jaar of vijf is er veel belangstelling voor het activeren van het afweersysteem van de patiënt zelf tegen de tumor. In 2017 zijn in Noord-Amerika de eerste T-cel-therapieën goedgekeurd als behandeling van B-cel-lymfoom en een vorm van B-cel acute lymfatische leukemie (ALL). Het doel van deze nieuwe vorm van behandeling is iemands eigen T-cellen te herprogrammeren, zodat zij specifiek worden voor een eiwit dat voorkomt op de B-lymfoomcellen.

De nieuwe receptor of antenne van de aangepaste T-cel herkent specifiek een eiwit, CD19, dat op de celwand van de B-lymfoomcellen zit. Na binding activeert deze receptor de T-cel en zet zijn toxische eigenschappen aan en versterkt ze. De wetenschappelijke naam voor deze receptor is Chimeric Antigen Receptor, ook wel CAR, en de genetisch gemanipuleerde cellen heten CAR T-cellen. Als de cellen worden teruggegeven aan de patiënt, zijn het ‘levende geneesmiddelen’ geworden: ze kunnen zich dan vermenigvuldigen, de lymfoomcellen opruimen, en vervolgens jarenlang in het lichaam aanwezig blijven.

Car t cel
Immuunceltherapie. De T-cellen worden uit het bloed van de patiënt gefilterd en vervolgens in het laboratorium (in vitro) geactiveerd en genetisch gemanipuleerd. Met een virus wordt DNA dat codeert voor een nieuwe receptor, Chimeric Antigen Receptor (CAR) genaamd, in de celkern ingebracht. De T-cellen worden in het laboratorium vermeerderd (expansie) en via een infuus teruggegeven aan de patiënt.
Jos van den Broek, Leiden

In klinisch onderzoek bij patiënten die geen goede behandelopties meer hadden, werd tot wel bij 80 procent een reactie gezien. Bij 30-40 procent van de lymfoompatiënten en ongeveer 50 procent van de ALL-patiënten blijft de ziekte langdurig weg. Wel kan deze behandeling tot ernstige bijwerkingen leiden: doordat het afweersysteem zo sterk wordt geactiveerd, kunnen de patiënten hoge koorts krijgen en andere verschijnselen zoals lage bloeddruk en neurologische klachten.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar het vinden van tumoreiwitten waaraan de CAR T-cellen kunnen binden. Deze moeten zoveel mogelijk specifiek zijn voor de tumor, om schade aan gezond weefsel te voorkomen en het eiwit moet bij alle patiënten aanwezig zijn. Ook wordt gekeken hoe de bijwerkingen het beste zijn te verminderen, bijvoorbeeld door de CAR T-cellen te voorzien van een ‘aan/uit’-knop. Mogelijk kan deze veelbelovende nieuwe behandeling straks ook voor andere kankersoorten worden ingezet.

Lees het volgende artikel van het thema ‘Ons afweersysteem’

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, en hoort bij het thema Ziekten genezen op Biotechnologie.nl.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, sommige rechten voorbehouden